U bent hier

"Ik voel me beter sinds ik gestopt ben met de therapie."

Ik voel me beter sinds ik gestopt ben met de therapie. Ik heb er al 20 jaar van achter de rug; ik onderging alle vormen en stromingen, liep goede en slechte hulpverleners tegen het lijf, tot zelfs karikaturale stripfiguren en de cliché zwijgzame psychoanalyticus met Seventies interieur. Sommige heb ik lang volgehouden, bij andere liet ik het al na twee keren afweten. Toen ik ooit mijn dossier in handen kreeg, vond ik er zelfs een eervolle vermelding: dat ik negatieve gevoelens uitlok bij de hulpverleners. Ik zie het als een dubieus positief neveneffect van al die jaren “zielen-rommelen”.

In januari dit jaar kwam ik uit een ziekenhuisopname en besloot ik mij meer te richten op lotgenotencontact en aan ervaringsdelen te gaan doen. Zo kwam ik bij de WED terecht en tenslotte het Cliëntenbureau. Naarmate ik meer contact maakte met lotgenoten en meer engagement op me nam bij de WED, was het alsof mijn denken over mezelf als het ware begon te veranderen. Ik ontdekte ook in de WRAP dat duurzaam herstel vanuit de vraag “Wat heb ik (nu) nodig?” vertrekt. Mijn therapeute was niet akkoord en vond dat ik mezelf en wat ik wil niet zo centraal moest stellen, maar keuzes moest maken die zij mij op basis van haar vorming aanreikte. De inhoud en vorm van onze gesprekken wilde zij bepalen. Ook hulpverleners denken wel eens in stereotypen, maar ik kan niet anders dan mezelf zijn. Dus ik ging niet meer terug. Ik voel me sindsdien beter, minder “ziek”, “meer mens”.

 

Ervaringsdelen is een pure gewaarwording van verbinding onder evenwaardige mensen met gelijkaardige ervaringen, in vol vertrouwen en zonder angst voor afwijzing of veroordeling voor je “andersheid”. Hier bij de WED vond ik veel meer aandacht voor mijn sterktes. In het Cliëntenbureau is niemand bezig met diagnoses en al wat je invalideert. Deze benadering had ik tot dan toe nog niet aan den lijve ondervonden.

Eind juni kreeg ik telefoon van de coördinator van een ambulant psychosociaal revalidatiecentrum waar ik al geruime tijd op de wachtlijst stond voor een hersteltraject. De man informeerde niet naar mijn diagnose, maar wel naar wat ik dacht nodig te hebben. Ik gaf aan dat ik al gegroeid was via het ervaringsdelen en dat ik ook halftijds terug aan het werk zou gaan. We hadden een heel interessant gesprek over mensen en hun behoeften en dat er eigenlijk niet zo’n groot verschil is tussen wat ieder van ons nodig heeft, mét of zonder diagnose, want iedereen is kwetsbaar.

Samen kwamen we tot de conclusie dat het traject dat zij aanbieden te intensief is, meer dan wat ik nodig heb hier en nu. Maar daar bleef het niet bij. Er werd meteen ook een moment in de toekomst gekozen waarop een herevaluatie zou worden gemaakt.  Dit versterkte mijn vertrouwen en stelde me gerust dat ik niet voor eens en voor altijd 100% “genezen” moest blijven. “Niet nu” betekent niet “niet meer” of “nooit”.