U bent hier

Uitvallen op het werk. Drama? Of toch niet?

Het dilemma dat zich afspeelt wanneer je dreigt uit te vallen op je werk als ervaringsdeskundige, zet je aan tot nadenken …

 

Zo ongeveer één jaar geleden was mijn psychische en daarmee ook mijn medische toestand niet zo goed tot laat ons zeggen slecht. Ik zat in een dilemma met mezelf: “voor mezelf zorg dragen en zorgen dat ik terug beter werd of even een weekje vakantie nemen en terug aan de slag gaan op het werk”.

 

Na een aantal persoonlijke tegenslagen, waaronder een relatiebreuk met iemand waar ik veel van hield, maar jammer genoeg een onevenwichtige relatie bleek te zijn. Mijn eigen kinderwens die een heel grote deuk kreeg.

Gecombineerd met een terugval in middelenmisbruik, stress op het werk, een nieuwe collega, een aantal persoonlijk belangrijke levensvragen waar ik heel intensief mee bezig was en die ervoor zorgden dat ik volledig met mezelf in de knoop lag.

Op de koop toe was mijn vaste therapeut in ziekteverlof en ik wilde haar niet storen tijdens haar ziekte. Kortom: ik raakte volledig uit balans.

 

Op psychisch vlak voelde ik me ellendig, maar ik had mijn werk nog en daar was ik heel blij om.

Door mijn psychische toestand die steeds maar meer achteruit ging, moest ik op een gegeven moment een keuze maken. Even stoppen met werken en voor mezelf laten zorgen in een voorziening of door spartelen. Dit was geen gemakkelijke keuze en ik heb er dan ook een tijdje over gedaan om deze keuze te kunnen maken. Kiezen is iets wat ik heel moeilijk vind. In mijn hoofd luidt het dan steeds “Wie kiest, verliest!” en daarom was het niet evident om toen die keuze te maken. Maar mijn werk was en is nog steeds heel belangrijk voor me. Het zorgt ervoor dat ik een goeie en boeiende invulling heb van mijn week. Ik kom er in contact met mensen. Ik kan doen waar ik goed in ben en wat ik graag doe. Ik kan aan de slag met mijn eigen verhaal en leefwereld.

Omdat ik mijn werk zo belangrijk vond en ook de invulling die het me dagdagelijks geeft heb ik toen de keuze gemaakt om even de STOP-knop in te drukken. Want mijn leefwereld, van waaruit ik aan de slag ga op het werk, was niet echt meer een positieve input om mee aan de slag te gaan. En laat dat dan net wel belangrijk zijn.

 

De keuze om in opname te gaan is op een gegeven moment snel moeten gebeuren en ik heb me er dan ook op dat moment bij moeten neerleggen.

Ik moest alles loslaten en me onderdompelen in de behandeling. De eerste 6 weken was het uitrusten van de uitputting. Pas daarna kon de behandeling opgestart worden. Het werd een intense periode van 6 maanden. Dit was in sé niet de bedoeling, maar herstellen laat zich namelijk niet bepalen door tijd of druk.

Het werd dus een intense periode met heel veel confrontaties, kwaadheid en verdriet. Maar nu blijkt heel duidelijk dat dit de beste keuze was die ik kon maken. Ik sta opnieuw anders in het leven en in mijn werk, mijn netwerk heeft een vernieuwing doorgemaakt en dit brengt heel positieve evoluties met zich mee. Zoals de mogelijkheid tot medicatie-afbouw waardoor ik veel meer energie heb en veel helderder door het leven kan gaan. Ik sta sterker in mijn schoenen, ik weet waar mijn belangrijke tools zich bevinden, etc. Vroeger was het doorkomen van de dag een hele opdracht en moest ik vaak bijslapen. Nu kan ik gemakkelijk mijn dag doorkomen met de nodige tools die ik ook dagdagelijks inzet.

Ik heb geen spijt dat ik deze periode doorgemaakt heb en effectief hiervoor gekozen had. Ik weet nu: “een uitval is geen drama”. Het kan een verrijking zijn van je leven en leefwereld en dat is het wel geweest voor mij.

 

Men zei me vaak: “Je komt aan de andere kant te zitten, is dat niet vreemd”. Eigenlijk is dat zeker niet vreemd omdat dit voor mij niet de andere kant was en is. Voor mij bestaan er geen kanten. Ik blijf steeds mezelf, gelijk op welke stoel ik kom te zitten. En de stoel waarop je zit is meestal degene die je op dat moment nodig hebt. Kanten insinueren posities en dat is niet altijd positief.

Echter werd ik ook eerst gezien als ervaringsdeskundige tussen de patiënten en voelde me anders bekeken. Ik voelde me opnieuw anders dan de anderen. En dat is geen fijn gevoel.

Dit begon te veranderen en ze zagen me ook als patiënt, want dat was ik op dat moment. En eigenlijk zolang je in behandeling bent, ben je ook patiënt. Iedereen is wel patiënt, denk maar als je naar je huisdokter gaat. Maar daarom niet minder mens.